Je typt je examen Schrijven rechtstreeks in het examensysteem — dus veel kandidaten gaan ervan uit dat een computer het ook nakijkt, zoals bij Lezen en Luisteren. Dat klopt niet. Deze pagina zet op een rij hoe nt2 schrijven beoordeling daadwerkelijk werkt: wie je tekst leest, hoe de score tot stand komt, en wat er wél en niet openbaar is over de precieze weging.
Schrijven wordt, net als Spreken, niet met de computer beoordeeld. Lezen en Luisteren wel. Jouw getypte tekst wordt gelezen en beoordeeld door opgeleide beoordelaars aan de hand van een officieel beoordelingsvoorschrift.
Belangrijk: elk examen wordt door twee beoordelaars beoordeeld, niet door één. Die dubbele beoordeling is de officiële waarborg tegen de smaak of bui van één enkele lezer.
Twee-beoordelaarsproces
Bij Schrijven kun je één of meer punten per opdracht krijgen — anders dan bij Lezen en Luisteren, waar elk goed antwoord precies één punt oplevert. Die punten worden vervolgens omgezet naar een schaalscore.
Om te slagen heb je op Schrijven minimaal een score van 500 nodig — net als op de andere drie onderdelen. Die cesuur geldt per onderdeel: een hoge score op Lezen compenseert een score onder de 500 op Schrijven niet. Je hebt alle vier de onderdelen nodig voor het diploma, maar je kunt losse onderdelen apart en meermalen herkansen.
De beoordeling staat niet los van het format. Programma I Schrijven bestaat uit drie taaktypes, samen 100 minuten, in een volgorde die je zelf kiest:
Examenstructuur — Schrijven, Programma I
Totaal 12 opdrachten in 100 minuten — zelf te verdelen; een klokje rechtsboven toont de resterende tijd
Bij Spreken mag helemaal geen woordenboek. Bij Schrijven wel — maar dan alleen één specifiek exemplaar: de Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2). Het moet je eigen exemplaar zijn (lenen van een andere kandidaat mag niet, aantekeningen erin ook niet), en elektronische hulpmiddelen zoals Google Translate zijn verboden.
Dat is precies waarom een beoordelaar bij Schrijven ook op woordkeus kan letten die je zelf hebt opgezocht — een correcte term uit het woordenboek telt mee, een verzonnen woord niet.
De Dutch B1 Speaking Trainer geeft je normaal gesproken
spraakopdrachten om hardop te beantwoorden. Je kunt je antwoord ook
typen in plaats van inspreken — dat wordt in de trainer geregistreerd
als een echte schrijven-oefening, precies zoals je op het examen typt in
plaats van spreekt. Zo oefen je het opstellen van een compleet antwoord onder
tijdsdruk, niet de beoordeling zelf.
Hier is het belangrijk om eerlijk te zijn over de grenzen van wat bekend is. De officiële site bevestigt dát Schrijven met een beoordelingsvoorschrift door twee beoordelaars wordt beoordeeld, met punten per opdracht. Hoe zwaar spelling, grammatica, woordkeus en samenhang precies tegen elkaar wegen bij Schrijven specifiek, maakt de officiële site niet bekend.
Ga er dus niet van uit dat een content-eerst-hiërarchie zoals die voor Spreken wél expliciet is vastgelegd, één op één ook voor Schrijven geldt — dat verband is voor Schrijven niet met een citaat te onderbouwen, dus wordt het hier niet beweerd.
Ondanks — of misschien juist dankzij — die twee-beoordelaarscontrole is Schrijven het onderdeel waar kandidaten het vaakst slagen. In 2024 was het slagingspercentage voor Schrijven 70%, tegenover 57% voor Spreken, 53% voor Lezen en 52% voor Luisteren — het hoogste van alle vier. Het CvTE noemt dit zelf een lichte stijging die binnen de normale bandbreedte van de afgelopen jaren valt — geen toevalstreffer, maar ook geen uitschieter.
Slagingspercentages 2024 — Programma I (CvTE Jaarverslag, TABEL 7)
De cesuur (500) is een schaalscore per onderdeel, geen percentage — het staafdiagram hierboven laat zien hóe vaak kandidaten die score halen, niet de score zelf.
Ben je gezakt voor Schrijven, dan hoef je niet alle vier de onderdelen over te doen — je kunt dit ene onderdeel apart herkansen. Met een slagingspercentage van 70% in 2024 is Schrijven statistisch het onderdeel waar herkansen het meest oplevert: richt je oefening op het taaktype waar je vastliep — zinstaken, deelschrijftaken of korte schrijftaken — en op het woordenboek dat je op examendag ook echt mag gebruiken, in plaats van op een gok naar een onbekende wegingsformule.